Brandveiligheid;

Enkele punten uit de model-bouwverordening 1992 van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten


Versiering:

4. Tussen het vloeroppervlak van een ruimte en de aangebrachte versiering moet een vrije ruimte van minimaal 2,50 meter overblijven. Deze versiering mag niet gemakkelijk ontvlambaar zijn, in geval van brand mag geen druppelvorming plaatsvinden.


Relatie tussen vluchtwegen en maximaal aantal personen

Aard van de ruimte

Maximaal toelaatbaar aantal personen

Ruimte met één uitgang 1)

Brandgevaarlijke ruimte 2) waarin:

  1. de interne loopafstand 6) maximaal 15 m bedraagt, en
  2. gelegenheid tot ontkoming 3) aanwezig is.

 

 5

Niet-brandgevaarlijke ruimte 2) waarin de interne loopafstand 6) tot de gegarandeerd te gebruiken uitgang maximaal 30 m is en

Met vanaf de buitenkant van de uitgang slechts één vluchtweg 4)

0,9 x de breedte van de uitgang, in cm, doch maximaal 25

Met vanaf de buitenkant van de uitgang, twee vluchtwegen 4)

0,9 x de breedte van de uitgang, in cm, doch maximaal 100

Ruimte met meer dan één uitgang 1)

De laagste van de twee uitkomsten uit de berekeningen a en b:

  1. 0,9 x de gezamenlijke breedte van alle uitgangen, in cm;
  2. alleen indien vanaf de buitenkant van alle meegetelde uitgangen twee vluchtwegen 4) aanwezig zijn, en de uitgangen zo ver mogelijk uit elkaar liggen, en de interne loopafstand 6) in een brandgevaarlijke ruimte 2) maximaal 15 m bedraagt en in een niet-brandgevaarlijke ruimte 2) maximaal 30 m: het aantal uitgangen x 200. 5)
    1. Uitgang: minimumafmetingen: 2 m hoog en 0,60 m breed.
    2. Brandgevaarlijke ruimte: een ruimte, duurzaam bestemd voor het bewaren van – met betrekking tot brandgevaar – aanmerkelijke hoeveelheden stoffen, als bedoeld in de Regeling Bouwbesluit brandveiligheid (Stcrt. 1992, nr. 104) of een ruimte voor het in voorraad hebben van de drukvaten met samengeperst, door samenpersen tot vloeistof verdicht of onder druk in vloeistof opgelost, gas dan wel een ruimte voor het verrichten van werkzaamheden die een aanmerkelijk brandgevaar opleveren.
    3. Gelegenheid tot ontkoming: een niet voor normaal gebruik bedoelde vluchtmogelijkheid, zoals een raam, luik, brandladder, uitkomend op een veilige plaats.
    4. Vluchtweg: een weg, bestemd om de in een ruimte van een bouwwerk aanwezige personen in geval van brand gelegenheid te geven vanuit die ruimte op een veilige wijze een veilige plaats te bereiken.
    5. Aantal uitgangen: bij ruimten waarin een zeer groot aantal personen gelijktijdig aanwezig kan zijn, kan van de formule (aantal uitgangen x 200 personen) worden afgeweken, indien aan de voorwaarden voor een totale uitgangsbreedte ven de maximale interne loopafstand wordt voldaan.
    6. Interne loopafstand: de in een ruimte af te leggen afstand naar een uitgang

afgeleid van www.brandweer.nl