RISICO INVENTARISATIE EN -EVALUATIE

Per 1 januari 1994 dient de werkgever te werken aan de risico inventarisatie en -evaluatie (kortweg RIE). Kort gezegd brengt de RIE de gevaren op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn binnen uw organisatie in kaart. De werkgever kan de RIE zelf uitvoeren of aan de arbodienst overlaten. Als de werkgever de RIE zelf uitvoert, moeten de RIE en het bijbehorende plan van aanpak een toetsing door een gecertificeerde arbodienst ondergaan. 

Het plan van aanpak moet worden uitgevoerd en daarnaast is het noodzakelijk de RIE te onderhouden - een organisatie staat immers nooit stil en risico's veranderen mee. 

Een medezeggenschapsorgaan heeft het recht om mee te praten over de RIE. Ook dient het medezeggenschapsorgaan inzage te krijgen in de rapportages en adviezen die naar aanleiding van de RIE worden opgesteld. 

Een goede RIE:

De RIE is vooral een beleidsinstrument waar uw organisatie veel aan heeft. Het biedt de aanknopingspunten om arbeidsomstandigheden nog verder te verbeteren en ziekteverzuim ook op de langere termijn omlaag te brengen. Als de RIE naar behoren is uitgevoerd, wil dit zeggen dat de arbeidsrisico's bekend zijn en de arbodienst de RIE en het plan van aanpak heeft getoetst. De Arbeidsinspectie controleert of de werkgever het plan van aanpak daadwerkelijk uitvoert. 

Inventarisatie en evaluatie:

De RIE bestaat uit twee delen: de risicoinventarisatie en de risico-evaluatie. Beide moeten op papier staan.

Concreet en volledig:

De resultaten van de risico-evaluatie moeten zo concreet mogelijk zijn. Het is dus niet voldoende om te constateren dat er veel lawaai heerst. In zo'n geval moeten er geluidsmetingen aan te pas komen. Op zich is dat logisch, want alleen concrete gegevens bieden de mogelijkheid om latere verbeteringen onomstotelijk vast te stellen. Zowel de inventarisatie als de evaluatie moet volledig zijn. Daarom zijn hulpmiddelen ontwikkeld zoals 'checklists'. Deze zijn dikwijls aangepast aan uw branche. Zo'n checklist is verkrijgbaar bij uw brancheorganisatie of bij ArboNed. 

De toets:

Als de werkgever besluit om de RIE zelf uit te voeren, is een zogenaamde toets van de RIE en het plan van aanpak door een gecertificeerde arbodienst zoals ArboNed nodig. De arboadviseur beoordeelt de RIE, stelt zo nodig aanpassingen voor en staat uiteindelijk garant voor de kwaliteit.

Het onderhoud:

Een RIE is een momentopname en eist opnieuw aandacht bij de installatie van nieuwe machines, maar ook als er een verbouwing ophanden is of als taken van medewerkers veranderen. Externe invloeden zoals nieuwe veiligheidsnormen kunnen ook aanleiding zijn om de RIE weer eens te bekijken.