
Bedrijfshulpverlener
De inrichting van "bedrijfshulpverlening" is
een verplichting voor werkgevers, die vastgelegd is in de artikelen 22, 23 en
23a van de Arbowet (van 1-1-1994) en de AMvB Besluit Bedrijfshulpverlening, ook
van 1-1-94, in het nieuwe Arbobesluit van 1-7-1997 onder Afdeling 2.5. Arbowet
artikel 22 regelt dat de werkgever werknemers aanwijst als bedrijfshulpverlener
en vooraf hierover overlegt met de OR.
taken:
Artikel 23 noemt de taken van bedrijfshulpverlening:
- eerste hulp bij ongevallen;
- het bestrijden van brand;
- het in noodsituaties evacueren van werknemers;
- communicatie met hulpverleningsorganisaties;
deskundigheid:
Artikel 23a verwijst voor de eisen van deskundigheid,
ervaring en uitrusting naar de AMvB (=Besluit). Volgens het Besluit dienen de
hulpverleners zodanig opgeleid te zijn dat de BHV gewaarborgd is.
Ook moeten er herhalingscursussen en oefeningen
georganiseerd worden.
aantal:
| aantal werknemers |
aantal BHV-ers |
| < 15 |
ten minste één (evt eigenaar, mits deskundig) |
| tot 50 |
ten minste één bedrijfshulpverlener |
| tot 250 |
ten minste één bedrijfshulpverlener per 50 werknemers |
| vanaf 250 |
ten minste vijf bedrijfshulpverleners |
Uitleg
Het doel van deze verplichting is de direct nadelige gevolgen voor werknemers
van ongevallen en brand zoveel mogelijk te beperken. Om dit te bereiken moet de
werkgever voldoen aan de volgende eisen:
- de organisatie van de BHV en daarmee tevens het aantal BHV-ers, hun
opleiding, bereikbaarheid, beschikbaarheid, uitrusting en geoefendheid en de
middelen en voorzieningen ten behoeve van de BHV moeten zodanig zijn dat de
taakvervulling op het gebied van BHV onder alle omstandigheden gewaarborgd
is;
- de werkgever moet de BHV zodanig organiseren dat binnen enkele minuten na
het plaatsvinden van een ongeval de BHV-taken op adequate wijze kunnen
worden vervuld en dat na aankomst van (professionele) hulporganisaties deze
op adequate wijze kunnen worden bijgestaan (de voorpostfunctie);
- als er risico's zijn voor de veiligheid of gezondheid van andere
werknemers in de nabije omgeving van het bedrijf, dan moeten de betrokken
werkgevers zodanige organisatorische maatregelen op het gebied van de BHV
nemen, dat de betrokken BHV-ers bij een ongeval over en weer bijstand kunnen
verlenen;
- een goede communicatie en afstemming met de parate externe
hulpverleningsorganisaties moet zijn gewaarborgd;
- als werkgevers voor de uitvoering van hun BHV-taken gezamelijke
bedrijfshulpverlening organiseren, dan moeten de afspraken daarover
schriftelijk worden vastgelegd. Deze afspraken mogen overigens niet inhouden
dat een werkgever de bedrijfshulpverlening volledig uitbesteedt.
Ook ten aanzien van de bedrijfshulpverlening geldt dat de werkgever "zorg
op maat" moet leveren. Bij het vaststellen van het aantal aan te wijzen
werknemers, hun deskundigheid en de ter beschikking te stellen hulpmiddelen moet
derhalve met de volgende factoren rekening worden gehouden;
de aard, de grootte en de ligging van het bedrijf.
- de aanwezige risico's en de ongevallen die zich kunnen voordoen.
- het redelijkerwijs te verwachten aantal aanwezige werknemers en derden*
en de tijdstippen waarop zij aanwezig kunnen zijn.
- ( * schoonmakers, onderaannemers, leerlingen, patiënten, bezoekers,
enz.)
- het redelijkerwijs te verwachten aantal personen dat zich bij een ongeval
niet zelfstandig in veiligheid kan brengen.
- de opkomsttijd en mogelijkheden van de brandweer en andere
hulpverleningsorganisaties.
- de organisatorische maatregelen die in het kader van de arbozorg zijn
genomen.
- de mogelijkheid om met andere arbeidsorganisaties samen te werken.
- de inschakeling van externe deskundigen.
De wijze waarop de bedrijfshulpverlening is georganiseerd moet schriftelijk zijn
vastgelegd en op een begrijpelijke wijze aan de werknemers bekend gemaakt
worden. Aangeraden wordt om dit te doen door middel van het opstellen van een
bedrijfsnoodplan.
Opleidingen en oefeningen
De overheid stelt als algemene eis ten aanzien van BHV-ers, dat zij
zodanig moeten zijn opgeleid dat zij de BHV-taken naar behoren kunnen vervullen.
Ook hier is het "zorg op maat-beginsel" van toepassing (zie hierboven
genoemde factoren a t/m h).
Indien de risico's gering zijn, is veelal een eenvoudige opleiding over hoe te
handelen bij brand en ongevallen toereikend. Zijn de risico's groter dan zullen
de bedrijfshulpverleners adequate opleidingen moeten volgen. Daarbij kan gedacht
worden aan een EHBO-opleiding of een opleiding tot brandwacht of een
gecombineerde opleiding tot bedrijfhulpverlener. Voor bedrijven met nog grotere
risico's kunnen zelfs deze opleidingen niet voldoende zijn en zijn meer
gespecialiseerde opleidingen nodig.
De werkgever is verplicht om de bedrijfshulpverleners deel te laten nemen aan
herhalingscursussen, oefeningen of andere activiteiten zodat hun kennis en
vaardigheden op het vereiste niveau gehandhaafd blijven.
Ook moeten er herhalingscursussen en oefeningen
georganiseerd worden.
Middelen:
De voor de BHV benodigde middelen zijn niet nader in
Wet of regelgeving omschreven. Er is wel voorgeschreven dat ze van een
signalering voorzien moeten zijn. Voor de werknemers moeten "voldoende
biljetten" opgehangen zijn, waarop op eenvoudige wijze is aangegeven wat te
doen bij ongeval of brand. De BHV-organisatie moet bij het personeel bekend
gemaakt worden.
We bieden:
- basis bedrijfshulpverlener
- basis-plus bedrijfshulpverlener
- bedrijfshulpverlener brandbestrijding
- ploegleider BHV
- coõrdinator BHV
- bedrijfshulpverlening agrarische sector
- hulpverlening in het wegverkeer
- bedrijfshulpverlening in scholen
Examens bij de Nederlandse stichting voor de certificatie van
bedrijfshulpverlening, de NCBHV.